Afschaffen van intellectuele eigendomsrechten, daar zijn we aan toe
Rudi Holzhauer

Het intellectuele eigendomsrecht was één hoofdstuk in het proefschrift dat ik samen met mijn collega econoom Rob Teijl schreef. Maar het groeide zo snel dat wij in overleg met onze promotoren dat hoofdstuk er uit haalden en eerder in de tijd als zelfstandige publicatie naar buiten brachten. Met als rustige titel De toenemende complexiteit van het intellectuele eigendomsrecht.
Het was overwegend een rechtseconomische analyse die weinig overlieten van het intellectuele eigendomsrecht. Niet effectief. Niet efficient.
Ik ben anno 2026 meer dan 35 jaar betrokken bij IE. Zowel aan de Academie (EUR) als in de praktijk (plv. rb Den Haag, zgn. octrooikamer; of counsel van een niche Amsterdams advocatenkantoor) als in allerlei onderwijsvormen (www.ie-onderwijs.nl), Hoofd-docent BBMM opleiding (BMM), docent opleiding BrandManagement (EUR) e.a.
In die tijd breidde het IE-recht zich gestaag uit, zowel qua IE-rechten als qua beschermingsduur en beschermingsomvang. Voor mij ging het steeds meer de verkeerde kant op. Voor Joost was het daar altijd al.
Nadenken over IE gebeurt veel te weinig. Doordraven gebeurt maar al te veel. De hoogleraar Tim Koopmans sprak in 1983 nog van een voortstommelend treintje van de IE. Inmiddels raast de TGV op een eigen spoor (denk aan de Handhavingsrichtlijn) onbesuisd door. Op de verwijzende web-pagina breng ik wat materiaal bij elkaar over die “keerzijde” van IE. Het gaat dan “Averechts recht” (de titel van de oratie van mijn destijds Erasmus Universiteit hoogleraar collega Roger Vanden Bergh). Lang nog niet alles is op dit moment (begin 2026) (volledig) ingevuld.
Joost Smiers
Ik herinner het me nog heel goed. In 1993 werden de laatste voorbereidingen getroffen om het wereldhandelssysteem opnieuw te ordenen. Er zou een WTO komen, een World Trade Organization, met daaronder de al bestaande GATT (de General Agreement on Trade en Tariffs van 1948) en als nieuwkomer, onder meer, een verdrag genaamd TRIPS, dat een afkorting is van Trade Related Intellectual Properties. Dat verdrag behelsde dat landen, nog meer dan daarvoor, copyrights, patenten en andere intellectuele eigendomsrechten moesten implementeren en straffend moesten laten eerbiedigen. Ik was nieuwsgierig hoe dat TRIPS verdrag eruit zou gaan zien.
In Genève had ik daarom interviews met ambtenaren van wat WTO en TRIPS zouden gaan worden. In een van de gesprekken bracht ik ter sprake dat er in begin van 1993 in India grote demonstraties waren van boeren tegen TRIPS. Ze vreesden dat hun zaden, die ze van generatie op generatie aan hun families overdroegen, handelswaar zouden worden van grote multinationale landbouwbedrijven, zoals Monsanto, die er patenten – eigendomsrechten – op zouden nemen en de boeren het nakijken hadden. Een van mijn gesprekspartners antwoordde dat die vrees van de boeren een misverstand was. Natuurlijk mochten ze hun zaden houden, maar als Monsanto die zaden verbeterde dan hoorden die zaden natuurlijk toe aan Monsanto.
Na afloop van het interview keek ik over het Meer van Genève, Lac Leman, en dacht: hoe cynisch is het, bedrijven mogen zich kennis, die zich in het publieke domein bevindt, toe-eigenen, het eigenlijk stelen van de boeren. Kortom, het drong tot me door dat intellectuele eigendomsrechten grotendeels gebaseerd zijn op het privatiseren van publiek ontwikkelde kennis.
Vanaf dat moment, vanaf die mooie lentedag in Genève in 1993, is het beargumenteren van waarom we af moeten raken van intellectuele eigendomsrechten een van de hoofdonderwerpen van mijn onderzoek geworden.
Wel voegde ik er altijd de analyse aan toe hoe innovaties op velerlei gebied en van kunsten in de brede zin van het woord goed en zelfs beter tot stand konden komen zonder intellectuele eigendomsrechten.
